Gebruik je één server-side Google Tag Manager container voor meerdere websites, landen of subdomeinen? Dan heeft ieder zelfstandig domein een eigen tagging endpoint nodig dat binnen zijn eigen domeinstructuur valt. Zo blijft de server-side route voor elk domein in first-party context beschikbaar.
Deze uitleg gaat over het delen van één sGTM container en achterliggende infrastructuur. Het gaat niet over cross-domain measurement in GA4, het doorgeven van click IDs tussen websites of het samenvoegen van bezoekersprofielen. Dat zijn aparte vraagstukken.
Deze uitleg stelt je in staat om:
- te bepalen wanneer één sGTM-container voor meerdere domeinen logisch is;
- per domein een passend server-side endpoint te kiezen;
- de webcontainer per hostname naar het juiste endpoint te laten sturen;
- elk domein afzonderlijk te testen in GTM Preview;
- te herkennen wanneer losse servercontainers verstandiger zijn.
Snel naar
- Wanneer deel je een enkele sGTM container voor meerdere domeinen?
- Kies per domeinnaam een first-party meetdomein
- Stap 1: controleer wat je hostingpartij ondersteunt
- Stap 2: voeg ieder endpoint toe aan de servercontainer
- Stap 3: laat web GTM per hostname het juiste endpoint kiezen
- Stap 4: scheid data en regels in de servercontainer
- Stap 5: test ieder domein afzonderlijk
- Veelgemaakte fouten
- Vervolgstappen
- Veelgestelde vragen over server-side tagging met meerdere sGTM-domeinen
- Kan een enkele server-side GTM container meerdere domeinen bedienen?
- Heb ik voor ieder domein een aparte server nodig?
- Heb ik voor ieder domein een aparte web GTM container nodig?
- Kan ik met een enkel meetsubdomein cookies delen tussen verschillende domeinen?
- Hoe werkt dit met Savvy Track?
- Moet ik nog steeds consent regelen?
- Bronnen
Wanneer deel je een enkele sGTM container voor meerdere domeinen?
Een gedeelde container kan passen bij een merk met landsites, meerdere subdomeinen of een beperkt aantal nauw verwante websites die door hetzelfde team worden beheerd. Bijvoorbeeld:
- voorbeeld.nl en blog.voorbeeld.nl;
- voorbeeld.nl en voorbeeld.be;
- verschillende merken die dezelfde meetarchitectuur, consentregels en beheerders hebben.
Het delen van hosting is iets anders dan het delen van data. Een cookie op voorbeeld.nl wordt niet ineens beschikbaar op voorbeeld.be. Ook consent, datastromen, GA4-properties, advertentiepixels en toegang tot de container blijven keuzes die je per site moet inrichten.
Kies liever voor losse servercontainers wanneer websites andere eigenaren of beheerders hebben, verschillende privacyafspraken hanteren of per merk sterk afwijkende tags en datalagen nodig hebben. Eén fout in een gedeelde container kan anders meerdere sites raken. Een duidelijke dataLayer → web GTM → server GTM → platform route maakt die scheiding beter beheersbaar.
Kies per domeinnaam een first-party meetdomein
De browser moet voor ieder websitedomein een endpoint zien dat bij dat domein hoort. De achterliggende tagging server mag voor die endpoints dezelfde zijn, mits je hostingpartij alle hostnames kan ontvangen en doorsturen.
Websites binnen hetzelfde hoofddomein
Heb je voorbeeld.nl en blog.voorbeeld.nl? Dan volstaat meestal één endpoint op het hoofddomein, bijvoorbeeld: https://ss.voorbeeld.nl
Beide websites kunnen dit endpoint gebruiken. Zet het endpoint niet alleen onder blog.voorbeeld.nl als ook de hoofdwebsite het moet gebruiken.
Volledig verschillende domeinen
Heb je voorbeeld.nl en voorbeeld.be? Richt dan per domein een endpoint in, bijvoorbeeld:
- https://ss.voorbeeld.nl
- https://ss.voorbeeld.be
Beide hostnames mogen naar dezelfde sGTM-infrastructuur wijzen, maar hebben elk een eigen DNS-record, geldig TLS-certificaat en host-routing nodig. Gebruik niet één endpoint zoals ss.jouwbedrijf.nl voor alle klant- of merkdomeinen als je de voordelen van first-party server-set cookies per domein wilt behouden.
Subdomein of same-origin pad?
Een subdomein is meestal de eenvoudigste route, bijvoorbeeld https://ss.voorbeeld.nl. Een same-origin pad zoals https://www.voorbeeld.nl/metrics kan ook, maar vraagt om routing via een CDN of load balancer. Kies in ieder geval één vaste padstructuur als je met paden werkt. In GTM moeten meerdere geregistreerde servercontainer-URL’s namelijk hetzelfde pad gebruiken. https://voorbeeld.nl/metrics en https://voorbeeld.be/metrics kunnen samen, maar combineer niet /metrics op het ene domein met /tracking op het andere.
Stap 1: controleer wat je hostingpartij ondersteunt
Niet iedere sGTM-hostingpartij ondersteunt meerdere custom domains op dezelfde omgeving op dezelfde manier. Controleer vóór je DNS aanpast:
- Of extra custom domains op jouw pakket zijn toegestaan.
- Of de provider ieder domein aan dezelfde tagging server kan koppelen.
- Welk DNS-record je per endpoint moet maken.
- Of TLS-certificaten automatisch worden geregeld of dat je die zelf beheert.
- Of er een maximum aantal domeinen geldt.
- Of je per domein aparte routing, allowlists of instellingen voor cookies nodig hebt.
Route met Savvy Track
Savvy Track kan meerdere sGTM domeinen op één sGTM hostingomgeving ondersteunen. Vraag eerst via Savvy Track support om de extra domeinen intern aan jouw servercontainer te koppelen. Vermeld daarbij de exacte endpoints die je wilt gebruiken, bijvoorbeeld ss.voorbeeld.nl en ss.voorbeeld.be.
Na bevestiging van support volg je de DNS-instructies die bij jouw Savvy Track omgeving horen. Voeg domeinen dus niet alleen in GTM toe: de infrastructuur moet de hostnames ook daadwerkelijk accepteren. Savvy Track is de hostinglaag; de GTM-configuratie en de teststappen hieronder blijven nodig.
Wat stuur je naar Savvy Track support?
Stuur de exacte hostnames, je servercontainer-ID en de melding dat de DNS-records al naar de opgegeven Savvy Track hostnaam verwijzen. Vraag of alle hostnames intern aan jouw servercontainer zijn gekoppeld.
Route met een andere hostingpartij
Volg de documentatie van je provider voor het activeren van multidomain of extra custom domains. De interface, pakketlimieten, DNS records en activeringsstappen verschillen per partij. Controleer na activatie altijd of het nieuwe endpoint via HTTPS reageert voordat je verkeer vanuit je webcontainer ernaartoe stuurt.
Stap 2: voeg ieder endpoint toe aan de servercontainer
Open de servercontainer in Google Tag Manager en ga naar Beheerder → Containerinstellingen. Voeg onder Servercontainer-URL’s alle endpoints toe die je in GTM Preview wilt gebruiken.
Bij meerdere URL’s verschijnt naast Preview een keuzemogelijkheid voor het endpoint. Kies tijdens het testen steeds het domein van de website die je controleert. De extra URL’s zijn vooral nodig om Preview voor ieder domein goed te openen; ze vervangen de DNS-, certificaat- en hostconfiguratie niet.
Voorbeeld:
- https://ss.voorbeeld.nl
- https://ss.voorbeeld.be
Gebruik bij een path-based opzet overal hetzelfde pad:
- https://www.voorbeeld.nl/metrics
- https://www.voorbeeld.be/metrics
Stap 3: laat web GTM per hostname het juiste endpoint kiezen
In de webcontainer moet de Google tag of GA4 configuratie naar het endpoint van de huidige website sturen. Maak hiervoor een Lookup Table variabele.
- Ga in de webcontainer naar Variabelen → Nieuw.
- Kies Lookup Table.
- Gebruik als invoervariabele Page Hostname.
- Voeg per hostname het juiste endpoint toe.
- Gebruik de variabele als waarde voor server_container_url in je Google tag of GA4-configuratie.
Bijvoorbeeld:
- www.voorbeeld.nl → https://ss.voorbeeld.nl
- blog.voorbeeld.nl → https://ss.voorbeeld.nl
- www.voorbeeld.be → https://ss.voorbeeld.be
Zet geen standaardwaarde die verkeer stilzwijgend naar een verkeerd domein stuurt. Laat de tag liever niet afgaan op een onbekende hostname en voeg het nieuwe domein bewust toe aan de variabele.
Gebruik je losse webcontainers per website? Dan kun je de URL ook vast per container instellen. Een Lookup Table is vooral praktisch als één webcontainer op meerdere hostnames draait.
Stap 4: scheid data en regels in de servercontainer
Een gedeelde servercontainer heeft extra structuur nodig. Leg vast hoe de container onderscheid maakt tussen websites en voorkom dat een tag voor het ene domein onbedoeld data naar het andere platform stuurt.
- Maak een variabele die het request-hostname uitleest.
- Gebruik per domein duidelijke triggers of uitzonderingen voor tags die niet overal mogen afvuren.
- Houd GA4 Measurement IDs, Meta Pixel IDs, Google Ads-conversies en andere destinations per merk of site expliciet gescheiden.
- Pas consent per domein toe. Server-side tagging is geen manier om consent te omzeilen.
- Gebruik geen browser-side API-sleutels of secrets.
- Documenteer welke eigenaar verantwoordelijk is voor ieder endpoint, DNS-record en containeronderdeel.
Als dezelfde conversie zowel in de browser als server-side wordt verstuurd, gebruik dan één gedeelde event ID en test deduplicatie in het ontvangende platform. Een geaccepteerde serverrequest bewijst nog niet dat attributie of deduplicatie goed staat.
Stap 5: test ieder domein afzonderlijk
Nu is het tijd om te controleren of alles goed werkt.
- Kies in de servercontainer bij Preview het endpoint van het eerste domein.
- Open de Preview-sessie en bezoek de website op dat domein.
- Controleer of de request in de servercontainer binnenkomt.
- Controleer of de Google tag de juiste server_container_url gebruikt.
- Controleer in de browser of de verwachte server-set cookies op het juiste domein worden gezet.
- Controleer de tags, events en parameters die de servercontainer doorstuurt.
- Herhaal dit voor elk extra domein.
- Controleer daarna per platform of testevents aankomen en, waar relevant, niet dubbel worden geteld.
Google beschrijft deze previewcontrole ook voor handmatig gehoste tagging servers: start Preview en stuur vervolgens een request naar de gekozen servercontainer-URL.
Veelgemaakte fouten
Een enkel sGTM domein gebruiken voor verschillende hoofddomeinen
ss.jouwbedrijf.nl kan technisch requests van andere websites ontvangen als de infrastructuur dat toestaat. Het is alleen geen first-party endpoint voor voorbeeld.nl of voorbeeld.be. Richt daarom per zelfstandig hoofddomein een endpoint in om het maximale uit sGTM te halen.
Alleen DNS instellen
Een of meerdere DNS record(s) toevoegen is niet voldoende. De hostinglaag moet het hostname accepteren, een geldig certificaat presenteren en het request naar de juiste tagging server doorsturen.
HTTP 400 op /gtag/js
Een HTTP 400 op bijvoorbeeld /gtag/js?id=G-XXXXXXX betekent niet automatisch dat DNS fout staat. Controleer in deze volgorde:
- Staat de hostname in de DNS naar de hostnaam die jouw sGTM hostingpartij (zoals Savvy Track) opgeeft?
- Is de hostname bij de hostingpartij intern aan de juiste servercontainer gekoppeld?
- Staat de volledige endpoint-URL in GTM onder Beheerder → Containerinstellingen → Servercontainer-URL’s?
- Stuurt de Google tag op de betreffende website met server_container_url naar precies die hostname?
Pas nadat deze vier punten kloppen, heeft verder debuggen in de web- of servercontainer zin.
Vergeten de webcontainer aan te passen
De servercontainer kan klaarstaan, maar ontvangt geen relevante browserrequests wanneer de Google tag nog naar het oude endpoint of een providerdomein stuurt.
Verkeer en tags niet per domein scheiden
Een gedeelde container bespaart alleen hostingkosten als de configuratie beheersbaar blijft. Krijg je veel domeinspecifieke uitzonderingen, tags en rechtenstructuren? Dan is opsplitsen vaak goedkoper dan foutzoeken.
Cross-domain measurement verwarren met multi-domain sGTM
Meerdere endpoints zorgen er niet automatisch voor dat één bezoeker over voorbeeld.nl en voorbeeld.be als dezelfde gebruiker wordt herkend. Regel cross-domain measurement, click-ID-overdracht en consent als aparte implementatiestappen.
Vervolgstappen
- Lees eerst de gids voor server-side tagging als je servercontainer nog niet staat.
- Wil je server-set cookies met FPID gebruiken? Bekijk dan de uitleg over FPID in server-side tagging.
- Gebruik je nog een plugin die events buiten GTM om verstuurt? Lees wanneer een trackingplugin en server-side tagging botsen.
- Wil je de technische inrichting laten uitvoeren? Bekijk de server-side tracking implementatieservice.
- Wil je Savvy Track gebruiken voor meerdere domeinen? Neem contact op met Savvy Track support voordat je de extra domeinen in DNS zet.
Veelgestelde vragen over server-side tagging met meerdere sGTM-domeinen
Kan een enkele server-side GTM container meerdere domeinen bedienen?
Ja. Eén servercontainer en achterliggende infrastructuur kunnen verzoeken ontvangen van meerdere endpoints. Richt voor ieder zelfstandig hoofddomein wel een eigen endpoint in dat binnen dat domein valt, bijvoorbeeld ss.voorbeeld.nl en ss.voorbeeld.be.
Heb ik voor ieder domein een aparte server nodig?
Niet per se. Meerdere endpoints kunnen naar dezelfde sGTM-infrastructuur wijzen. Controleer wel de capaciteit, toegangsrechten en de ondersteuning van je hostingpartij.
Heb ik voor ieder domein een aparte web GTM container nodig?
Nee. Je kunt één webcontainer gebruiken en met een Lookup Table op basis van Page Hostname de juiste server_container_url kiezen. Losse webcontainers blijven mogelijk als dat beter past bij je beheerstructuur.
Kan ik met een enkel meetsubdomein cookies delen tussen verschillende domeinen?
Nee. Een endpoint onder ss.voorbeeld.nl is niet first-party voor voorbeeld.be en kan geen first-party cookie voor dat andere hoofddomein zetten. Meerdere endpoints lossen dit niet op als cross-domain identity-oplossing.
Hoe werkt dit met Savvy Track?
Savvy Track kan meerdere sGTM-domeinen op één omgeving ondersteunen. Vraag de extra domeinen eerst aan via support. Daarna richt je per domein de DNS, web GTM-route, servercontainer-URL’s en teststappen in zoals in deze uitleg.
Moet ik nog steeds consent regelen?
Ja. Server-side tagging verandert niet welke toestemming je nodig hebt voor de gegevens en bestemmingen die je gebruikt. Houd per domein rekening met de gekozen consentconfiguratie en privacyverklaring.
Bronnen
- Google, Custom domain configuration
- Google, Manual setup guide
- Try Savvy, Wanneer ga je voor een tracking plugin of Server-Side Tagging (SST)?
