Hoe zet je GTM server-side tagging op in 8 stappen

Uitleg-Hoe zet je GTM server-side tagging op in 8 stappen

Server-Side Tagging (afgekort ook wel SST) wordt vaak gezien als complex en ingewikkeld. Onterecht, want met Google Tag Manager (ook wel GTM) is de implementatie vaak eenvoudiger dan je zou denken. In deze uitleg vertellen we je uit hoe je GTM Server-side tagging in 8 eenvoudige stappen opzet.

Waarom GTM Server-side Tagging?

Google Tag Manager (GTM) is een veelgebruikt platform voor het beheren van pixels en cookies, vertrouwd door marketeers en ontwikkelaars over de hele wereld. Met de introductie van Server-Side Tagging (SST) hebben zowel Google als de community hard gewerkt om deze functionaliteit mogelijk te maken via GTM.

Wat maakt GTM Server-side Tagging zo aantrekkelijk?

GTM Server-Side Tagging (ook wel sGTM genoemd) biedt niet alleen de mogelijkheid om voort te bouwen op bestaande je bestaande Google Tag Manager webcontainer, maar maakt ook een soepele overgang mogelijk zonder verlies van bestaande data of functionaliteit. Hierdoor is het voor veel bedrijven de voor de hand liggende keuze geworden om tracking naar het volgende niveau te brengen met server Google Tag Manager.

Een basis GTM server-side tagging setup opzetten in 8 stappen

Elk bedrijf heeft verschillende behoeften als het gaat om het beheren van tags. Gelukkig is GTM mega flexibel en kunnen we veel mogelijkheden openhouden door een goede basissetup neer te zetten. Uiteraard kun je onderstaande stappen aanpassen aan je eigen situatie, maar mocht het nog wat te complex zijn, dan zal deze basis simpelweg volstaan.

Stap 1: Maak een GTM webcontainer aan

Heb je al een webcontainer voor je website of webshop of app? Dan kun je deze stap overslaan.

  1. Ga naar tagmanager.google.com.
  2. Log in met je Google Account.
  3. Als je nog geen tag manager accounts hebt staat er groots “Klik hier om een account te maken”. Je kan ook op Account maken klikken.
  4. Vul vervolgens je accountnaam toe. Dat is bijvoorbeeld je bedrijfsnaam.
  5. Selecteer je land.
  6. Het vinkje van “gegevens delen” mag je uitlaten. Of bepaal je eigen voorkeur.
  7. Geef je container een naam, zoals de domeinnaam van je website (bijvoorbeeld “mijnwebsite.nl”).
  8. Kies voor Internet/web. Zo maak je een basis webcontainer aan.
  9. Klik op maken.
  10. Accepteer de Serviceovereenkomst van Google Tag Manager.
  11. Je account is nu aangemaakt. Er komt gelijk een pop-up om Google Tag Manager te installeren. Dit behandelen we in stap 2 van deze uitleg.

Stap 2: Installeer Google Tag Manager (GTM)

Een Google Tag Manager webcontainer krijgt pas data binnen als deze is geïnstalleerd in je website, webshop of app. In de meeste gevallen volstaat het toevoegen van een script in de head en body sectie in het geval van een website. Voor een webshop zul je zeker ook goed moeten kijken naar de datalaag die nodig is voor het doorsturen van extra gegevens bij gebeurtenissen en conversies. Denk bijvoorbeeld aan producten die je mee schiet met gebeurtenissen voor gebruik in je advertentietools zoals Meta of Google Ads. Voor een app zul je in de meeste gevallen een installatie doen met de Firebase SDK.

Zelf installeren met code

Hoe je de Google Tag Manager webcontainer installeert lees je hier. Je vindt de containercodes terug als je in Google Tag Manager op de container-ID klikt.

WordPress

Gebruik je WordPress? Dan kunnen we een plugin zoals GTM4WP van Thomas Geiger aanraden. Je hoeft dat in de basis alleen nog je container-ID in te vullen.

Shopify

Hoe je de Google Tag Manager webcontainer installeert bij Shopify lees je hier.

Waar vind ik mijn Google Tag Manager webcontainer ID?

  1. Ga naar tagmanager.google.com.
  2. Zorg dat je de juiste Google account gekozen hebt waar je de Google Tag Manager webcontainer in hebt staan. Zie je hem niet terug? Dan staat deze waarschijnlijk in een ander Google-account.
  3. Open de webcontainer waarvan je de ID wil vinden.
  4. Rechtsboven zie je een code die begint met “GTM-”. Dit is je web container ID. Een volledige code ziet er bijvoorbeeld zo uit: GTM-1234ABC.

Stap 3: Maak een GA4 account-property en voeg de Google-tag toe in GTM

In de meeste gevallen volstaat het gebruik van Google Analytics 4 (afgekort GA4) om deze als data client te gebruiken. Een data client gaat ervoor zorgen dat er straks gegevens van je webcontainer naar je servercontainer gaan. Daarom is het handig om alvast een Google Tag toe te voegen in je webcontainer. Hoe je dat doet, lees je hier

Je hebt daarnaast ook de Google-tag nodig als je een basis voor het verzamelen van data naar GA4. Het kan zijn dat je deze al in je webcontainer hebt zitten. Denk je dat je deze stap kan overslaan? Check dan of de Google-tag correct in je webcontainer zit:

  • Een Google Tag met je metings-ID die je uit je GA4 account hebt gehaald. Let op, je metings-ID kun je ook netjes in een constant variabele zetten/gezet hebben. Check of deze variabele netjes bij de Google-Tag terugkomt.
  • De Google Tag heeft een trigger die Initialisation – All Pages is.

Zit bovenstaand correct in je webcontainer? Dan kun je door naar de volgende stap.

Stap 4: Maak een servercontainer aan in Google Tag Manager (GTM)

  1. Ga naar tagmanager.google.com.
  2. Zorg dat je de juiste Google account gekozen hebt waar je de Google Tag Manager server container in wil aanmaken. Alleen met die account heb je later weer toegang tot die container, tenzij je ook anderen uitnodigt.
  3. Voeg een nieuwe container (server) toe aan je Google Tag Manager account door op de 3 puntjes te klikken. Klik op container maken.
  4. Voeg je een naam toe waardoor je kunt herkennen dat het gaat om je server, bijvoorbeeld: “jouwdomein.nl – server”.
  5. Kies bij doelplatform voor Server.
  6. Na het maken krijg je de “Google Tag Manager installeren” pop-up. Kies hier “Tagserver handmatig inrichten” en kopieer de containerconfiguratie.

De containerconfiguratie kun je nu plakken in je servercontainer van bijvoorbeeld Savvy Track. Heb je nog geen sGTM hosting? Volg dan stap 5 voor het inrichten van een tagserver.

Stap 5: De tagserver inrichten

Hier wordt het wat technischer, maar dat hoeft niet. Google biedt namelijk de mogelijkheid om de tagserver ‘automatisch’ via de Google cloud in te richten. Hoewel de naam doet vermoeden dat dit de makkelijkste optie is, is dit eigenlijk de meest technische. De Google Cloud is wat ingewikkeld om goed af te stellen plus te onderhouden en in de basis (te) prijzig.

We hebben onder andere vanwege die reden Savvy Track ontwikkeld. Wij regelen het technische werk, zodat jij praktisch en snel aan de slag kunt met Server-Side Tagging. We zijn ook nog eens tot 5x goedkoper dan Google Cloud, dat vaak vanaf € 125 per maand begint. Savvy Track server-side hosting is enkel en alleen gericht op Server-Side Tagging. Hierdoor betaal je een eerlijke prijs.

Ga praktisch en snel aan de slag met Server-side tagging en Google Tag Manager

1. Het aanmaken en configureren van een (meet)subdomein

Om Server-Side Tagging het beste te laten werken raden we je aan om een (meet)subdomein aan te maken. Dit is vrij snel gebeurd via je hostingpartij. Zo kan je data first-party gemeten worden via jouw eigen domeinnaam. Daarnaast zullen adblockers niet zomaar jouw eigen domeinnaam blokkeren.

Bedenk een naam voor het subdomein. Zorg ervoor dat er nog niks anders op het subdomein staat. Wil je bijvoorbeeld blog.jouwwebsite.nl en staat daar al jouw blog op? Dan is het niet verstandig om dat subdomein te gebruiken voor het meten van jouw data. We zien vaak dat mensen kiezen voor tagging.jouwwebsite.nl of sst.jouwwebsite.nl. Zorg ervoor dat er nog niks op het subdomein staat.

Voorbeeld

Dit doe je in de domeinhosting omgeving van jouw website. Heb je een (web)developer of andere externe partij die dit voor je regelt? Door deze stap door te sturen kunnen zij je er mee helpen.

2. Het toevoegen van een DNS record

Waarom een DNS record toevoegen? Met een DNS record weet je zeker dat wanneer iemand je domeinnaam in de browser typt, die persoon naar de juiste server toe wordt doorgestuurd. Dit geldt ook voor je (meet)subdomein. Nu typt iemand niet je subdomein in een browser, maar zal Google Tag Manager dit willen aanroepen. En dan wil je dat GTM het kan vinden, anders komt er geen data binnen.

Bij Savvy Track vind je de DNS records gegevens terug in de app onder je container instellingen.

3. Het toevoegen van de server containerconfiguratie code

Deze code ontvang je door tijdens het aanmaken van je server container op “tagserver handmatig inrichten” te klikken. Krijg je de code niet gevonden? Volg dan onderstaande stappen:

  1. Ga naar tagmanager.google.com.
  2. Zorg dat je de juiste Google-account gekozen hebt waar je de Google Tag Manager server container hebt instaan. Zie je de container er niet tussen staan? Dan staat deze waarschijnlijk in een ander Google-account.
  3. Open de server container waarvan je de containerconfiguratie wil vinden.
  4. Rechtsboven zie je een code die begint met “GTM-”. Dit is je server container ID. Een volledige code ziet er bijvoorbeeld zo uit: GTM-1234ABC. Klik op deze ID.
  5. Je ziet nu een scherm openen met Google Tag Manager installeren. Kies voor “tagserver handmatig inrichten”. Je ziet de containerconfiguratie code dan verschijnen.

Plak deze code in je server-side tagging tool, zoals Savvy Track.

Stap 6: Zet de servercontainer URL in de server Google Tag Manager container

De URL van je (meet)subdomein kun je nu gebruiken in Google Tag Manager.

  1. Ga naar Google Tag Manager en open de Google Tag Manager server container.
  2. Ga naar beheer (ook wel Admin).
  3. Ga bij container naar de containerinstellingen.
  4. Klik op Voeg URL toe. Hier voeg je het (meet)subdomein uit stap 5 toe.
  5. Klik op opslaan.

Nu kan de servercontainer data ontvangen van het subdomein.

Stap 7: Zet de servercontainer URL in de GTM webcontainer

Het (meet)subdomein verzamelt nu echter nog geen data, omdat er nog niets naartoe gestuurd wordt. Daarvoor hebben we handige GA4-tag in stap 3 opgezet. Deze zal de data naar het subdomein sturen.

  1. Ga naar Google Tag Manager en open de webcontainer.
  2. Ga naar Tags en open de Google Tag (je hebt deze in stap 3 opgezet).
  3. Voeg de server_container_url toe en zet deze op je gekozen (meet)subdomein, bijvoorbeeld tracking.jewebsite.nl.
  4. Voeg send_page_view toe als configuratie parameter en zet deze op true.
  5. Ga naar shared event settings en zet first_party_collection op true.
  6. Druk op opslaan.

Stap 8: Testen 

  1. Open in zowel de server- als de webcontainer de voorbeeldmodus (ook wel preview genoemd). Doet de preview modus van de webcontainer het niet? Controleer of een browser extensie in de weg zit en of de GTM container wel wordt ingeladen.
  2. Vul hier je website URL (dus niet je (meet)subdomein) in.
  3. Klik door verschillende pagina’s.
  4. Kijk of de Google-Tag in de webcontainer geactiveerd wordt. Is dit het geval: super, dan kun je door. Is dit niet het geval? Check of je trigger voor de Google-Tag goed staat.
  5. Zie je in de server container preview ook netjes pageview gebeurtenissen door ziet komen gaat het goed.

Vervolgstappen

Als alles goed is ingesteld, kun je nu verder aan de slag met Server-Side Tracking. Binnen onze Savvy Track app staan alle implementatiegidsen die je nodig hebt om succesvol Google Tag Manager Server-Side Tagging te implementeren voor je kanalen en tools. Je vindt ook een hoop uitleg in onze openbare bibliotheek.

Bronnen


Deel dit artikel
Verhoog de effectiviteit van jouw campagnesBekijk Savvy Track

Denk je dat je genoeg weet?

Krijg het nieuwste in je inbox.

Copyright © 2023 - 2026